De natuurgeneeskunde is komt uit een tijd dat de mens leefde volgens het ritme van de natuur en er aandacht was voor het zelfherstellend vermogen van het lichaam.
In geneeskundige verhandelingen van het oude Egypte uit 1500 voor Christus en in geschriften van Hippokrates is dit ook het geval. Hippocrates leefde van 460 tot 377 v.C., hij wordt beschouwd als de grondlegger van onze moderne, wetenschappelijke geneeskunde.
Hippocrates legde de basis voor de zogenaamde humorale geneeskunde. Humores zijn de lichaamsvochten van de mens. Voor gezondheid is een evenwichtige samenstelling van deze lichaamsvochten noodzakelijk. Behandelingsmethoden waren erop gericht dit evenwicht te herstellen. Reinigen, vasten en ontslakken, juiste voeding, beweging in de buitenlucht, liefst in de zon, ademtherapie, kruiden, meditatie en bewustwording werden onmisbaar geacht bij de behandeling van zieken.
Alle door Katinka toegepaste geneeswijzen hebben nog steeds hun waarde. In de moderne tijd is er een uitbreiding gekomen door de kennis van natuur- en scheikunde en van de functie van voedingsstoffen en diverse voedingsmiddelen. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van speciale dieetvormen en de toepassing van voedingssupplementen (vitaminen, mineralen, aminozuren, etc.). Ook specifieke vormen van massage, vormen van bewustwording (mindfulness) en biologische middelen kwamen in de loop der tijd tot ontwikkeling.